1.2 De klassieke tijd


5 april 2012 door Miranda van Gaalen

Met dank aan mevrouw Y. de Jonge die een profielwerkstuk over Feng Shui heeft geschreven:

In de Zhou-dynastie is waarschijnlijk de grave-divination ontstaan. Grave-divination omvat alle rituelen en gebruiken om voorspoed te genereren voor de nabestaanden. Dit kan worden gezien als de eerste vorm van feng shui. Burgers werden gewoonlijk in de vlakke grond begraven, prinsen in lage heuvels en keizers onder grafzerken gebouwd op bergtoppen.

In ‘’The Book of Rites’’ schrijft Li Ji dat oude graven zo gesitueerd zijn dat de dode met zijn hoofd op het noorden gericht moet zijn aangezien het noorden als uitgangspunt voor de vrouw werd gezien. De levende daarentegen is gericht op het zuiden omdat het zuiden uitgangspunt is voor de man. Deze fundamentele uitgangspunten van man en vrouw in combinatie met windrichtingen ziet men terug in feng shui maar ook in andere volkstradities. Zij verwijzen naar deze passage uit ‘’The book of Rites’’. Er zijn ook feng shui beoefenaars die verwijzingen naar een witte tijger en een azuurblauwe draak afkomstig uit de periode 5000-3000 v.Chr. beschouwen als bewijs voor het bestaan van feng shui in de prehistorie.

De meeste Chinese filosofische ideeën en beginselen zijn verschenen in de Shang-dynastie en vastgesteld in de hier opvolgende Zhou-dynastie. Hieronder vallen het Yin-Yang dualisme, de leer van de 5 elementen, verwijzingen naar de mythologische draken en tijgers, een sterk geloof in de kracht van voorvaderen, een gecentraliseerde bureaucratische macht die zichzelf versterkte door middel van toekomstvoorspelling, de Chinese kalender en de politieke filosofie waarin de hemel autoriteit aan de keizer toewijst. Deze laatste is uitgegroeid tot de link tussen hemel en aarde.

Plaats een reactie


twee − = 1