4.1 Ontwikkeling van Feng Shui van 1900 tot 1975


10 mei 2012 door Miranda van Gaalen

china vlag kaart

Met dank aan mevrouw Y. de Jonge die een profielwerkstuk over Feng Shui heeft geschreven:

In de jaren die volgden op de herontdekking van feng shui door de Noord-Europeanen in de vroege 20e eeuw (zij waren zich waarschijnlijk niet bewust van het eerdere werk van de Jezuïeten), begon China aan een modernisering van binnenuit. Populaire religies lagen onder vuur van een nieuwe westers geschoolde elite. De eerste helft van de 20e eeuw was een turbulente tijd in China.

Rond 1900 brak de ‘boksersopstand’ uit. Een Chinese nationalistische beweging kwam in opstand tegen de westerse mogendheden en de (koloniale) invloed die zij uitoefenden op het gebied van handel, politiek, technologie en religie. Zij hadden ook invloed op de uitingen van feng shui in de belangrijkste steden Beijing, Shanghai, Chengdu, Xian, Wuhan en Guangzhou. In deze steden werden uitingen van feng shui onderdrukt, ook omdat de westerse mogendheden invloed uitoefenden op het Chinese onderwijs. In 1912 vestigde zich een nieuwe republiek China die overging in een burgeroorlog. In 1917 vonden verwoestingen plaats door een culturele hervormingsbeweging. De twee wereld oorlogen lieten ook diepe sporen na in China en de Japanse invasie van 1931 tot 1945 taste de integriteit van de staat aan.

Zowel buitenlandse als Chinese bronnen laten zien dat er maar weinig feng shui meesters waren en dat feng shui niet veel gebruikt werd in deze tijd. Het was vooral iets van het platte land. De filosofie werd geassocieerd met iets dat achterlijk was en met bijgeloof. Ook door sociologen en filosofen werd feng shui gezien als iets van het platteland wat geen serieuze aandacht waard was.

Onder deze traditioneel ingestelde wetenschappers waren natuurlijk ook uitzonderingen. Dit waren de wetenschappers werkzaam in de klassieke literatuur en filosofie. Door deze wetenschappers zette de publicatie van feng shui boeken zich voort tot het moment van de communistische revolutie in 1949. Ook de families die in een bevoorrechte positie verkeerden, en zich daarom begrafenissen konden permitteren op plekken die als gunstig werden bestempeld, bleven vasthouden aan de traditie. Een andere uitzondering heeft te maken met een geografische en culturele scheiding. In de zuidoostelijke delen van China waaronder de provincie Fujian (bekend van de massagraven) werd  vastgehouden aan feng shui principes zowel op het platteland als in de stedelijke gebieden.

De Chinese wetenschappers hadden maar kort de tijd om veranderingen in gang te zetten want in 1949 kwam na een 4 jarige burgeroorlog Mao Zedong aan de macht. Met de invoering van het communisme werden alle vormen van religieuze en traditionele uitingen, dus ook feng shui, ten strengste verboden. De communisten ontdeden de steden van alle culturele aspecten. Tijdens de culturele revolutie van 1966 tot 1976 werden alle culturele, religieuze en traditionele uitingen streng bestraft.

Van 1900 tot 1980 was feng shui slechts een kunst van vroeger die gezien werd als onnodige culturele last terwijl het land aan het moderniseren was. Feng shui werd bestempeld als een feodaal bijgeloof.

Plaats een reactie


+ 1 = vijf