4.2 Moderne ontwikkelingen van Feng Shui in het westen


28 mei 2012 door Miranda van Gaalen

Met dank aan mevrouw Y. de Jonge die een profielwerkstuk over Feng Shui heeft geschreven:

Toen Mao Zedong in 1975 stierf en werd opgevolgd door Deng Xiao Ping, ontstonden er langzaam veranderingen. In 1980 begon feng shui weer wat op te leven omdat culturele uitingen oogluikend werden toegestaan. De twee oorzaken hiervoor liggen in de zakenwereld en in de wetenschap. Als reactie op het strenge verbod op culturele uitingen in de voorafgaande decennia wilden veel jonge intellectuelen hun cultuur verkennen en ontdekken. Tot op zekere hoogte werden ze daarin gesteund door de Chinese regering die een gemoderniseerd China wenste zonder westerse invloeden. Chinese religie, kosmologie en andere vormen van cultuur werden op een meer moderne manier geïnterpreteerd. Het Confucianisme, Boeddhistische en Daoistische tempels, voorouder verering en de Yi Jing gingen steeds meer deel uitmaken van het openbare leven. Door China’s groeiende economische succes groeide het vertrouwen in tradities die voorheen als achterlijk werden beschouwd.

Ook de toename van milieuproblemen en problemen die samenhangen met de snelle bevolkingsgroei hebben gezorgd voor een groeiende interesse in oude Chinese natuur filosofieën en dan vooral de ideeën die uitgaan van harmonie en balans. Met de komst van Deng Xiao Ping kwam er meer ruimte voor traditionele waarden om de Chinese expansie en het Chinese zelfbewustzijn mogelijk te maken.

In 1990 wilde China zich verder openstellen voor de wereld wat zich onder andere uitte in het groeiende aantal publicaties van feng shui boeken. Met de betere samenwerking tussen China, Hong Kong en Taiwan werden ook hier boeken gepubliceerd en gekopieerd. Boeken over feng shui worden tegenwoordig openlijk verkocht in boekwinkels, kiosken en op vliegvelden, samen met boeken over Chinese medicijnen, chinees voedsel en Chinese bezienswaardigheden. Boeken over feng shui zijn nu de best verkochte Chinese boeken in het buitenland. Hierdoor lijkt het alsof feng shui een groot deel van de Chinese cultuur uitmaakt terwijl deze filosofie juist decennia lang werd zwartgemaakt.

Het toegenomen zelfbewustzijn wat ontstaan was moest echter wel ingekaderd worden om de macht van de communistische partij niet in het geding te laten komen. Toen in 1989 studenten massaal hun nieuwe vrijheden wilden uitbreiden o.a. op Tiananmen plein, het plein van de Hemelse Vrede, greep de Chinese regering hard in. De Communistische Partij van China had duidelijk gemaakt dat het model van groei weliswaar ruimte voor ondernemingsvrijheden liet, maar dat de Partij geen ruimte liet voor andere filosofieën dan die van de Partij zelf.

Hiermee keerde ogenschijnlijk de rust terug, maar openbaarde in 1992 de nieuwe geestesvrijheid van het Chinese volk zich in een sterke religieuze onderstroom, namelijk de Falungong. De Falungong werd door het grote aantal aanhangers een potentiële bedreiging voor de communistische partij. Omdat de communistische partij bang is haar exclusieve macht te verliezen werd de Falungong op gewelddadige wijze vervolgt en werden ook alle andere vormen van geestelijke stromingen aan banden gelegd. Het publiceren van boeken stagneerde weer.

Veel jonge intellectuelen zijn onderzoeken gestart naar feng shui in combinatie met moderne wetenschappen als: geografie, demografie, milieufilosofieën, psychologie, magnetisme en vele andere wetenschappen. Door de strikte mediacensuur bestaat er voornamelijk een rationalistische interpretatie van feng shui. Er moet altijd met voorzichtigheid te werk gegaan worden want het is nog steeds een omstreden onderwerp. Een onderzoek naar Yang plaatsen (plaatsen voor de levenden) mag gepubliceerd worden terwijl een onderzoek naar Yin plaatsen (plaatsen voor de doden) zeer moeilijk, zo niet onmogelijk,  gepubliceerd kan worden.

In China wordt vergeleken met de Westerse wereld minder getornd aan de basisprincipes. Het voorstellen van Qi als elektromagnetische straling, yin en yang als bewegende krachten, de 5 elementen als de 5 energieën die elkaar versterken of vernietigen en de Bagua als 8 kompas richtingen (Brown 1996) is een zeer tastbare manier van voorstellen. Al deze begrippen zijn gebaseerd op menselijke tussenkomst en daarmee heel anders dan waar de Chinese filosofie van oorsprong op gebaseerd is namelijk het natuurlijke gebied verbonden aan het sociale en psychologische.

Nu China een steeds grotere rol gaat spelen op wereld niveau vanwege de snelgroeiende economie en toenemende rol in de wereldpolitiek, wil het land ook met trots uitdragen met wat het te bieden heeft op cultureel gebied. Toch riep de groeiende populariteit van feng shui gemengde gevoelens op. Enerzijds zijn er Chinese schrijvers die dit zien als bewijs dat de Chinese filosofie echt bij China hoort, in het uiterste zelfs dat het beter is dan andere filosofieën en anderzijds verachten zij de manier waarop het westen gebruik maakt van feng shui. De opkomst van feng shui in het westen zagen  Chinese schrijvers als kans om steun te verwerven tegen de strijd dat feng shui louter bijgeloof zou zijn. Zij zijn ervan overtuigd dat feng shui goed samengaat met moderne technieken.

Landschapsarchitect Yu Kongjian zegt dat de opvatting die moderne ecologen hebben over de relatie tussen mens en natuur steeds dichter in de buurt van feng shui principes komt. Het moet echter duidelijk zijn dat de groep die sceptisch tegenover natuur filosofieën staat overheerst.

Plaats een reactie


een × = 9