IMG_6422 copycopy copy

Tranen van geluk

Tranen van geluk is een kort reisverhaal. Je kunt het verhaal lezen op  Nederland Schrijft of lees het hier:

Twee dagen nadat ik een ticket geboekt heb, sta ik in een lange slingerende rij bij een incheckbalie op een vliegveld. Langzaam schuifel ik voorwaarts. De menigte bestaat uit een paar gezinnen, veel stellen en vooral veel Aziaten. Ik heb een kleine reiskoffer bij me en draag een rugzakje. Er wordt weinig gesproken.

‘Jij reist ook licht,’ merkt een man na herhaaldelijk omkijken op. Zijn vrouw en hij zien er uit als sportieve wandelaars en hebben grote koffers bij zich. Medereizigers spitsen nieuwsgierig hun oren.

‘Klopt, ik ga ook maar een weekje naar Australië,’ zeg ik. Zijn ogen puilen uit en hij kijkt me vragend aan. Spontaan voeg ik er aan toe,

‘Een vriendin van mij is vandaag jarig en geeft zaterdag een feest, daar wil ik bij zijn.’ Hoofden draaien zich om, benieuwd naar de idioot die er vierentwintig uur reizen voor over heeft om even naar de antipode op en neer te gaan.

‘Het is er komende week elke dag boven de dertig graden, meer dan twee paar slippers en wat korte broeken heb ik niet nodig.’ Hij knikt alsof hij mijn logica begrijpt. We babbelen nog even en ik wens hen een fijne reis naar Nieuw-Zeeland.

Het is donderdagochtend en twee dagen later als ik aankom op het vliegveld van Melbourne. Zomers gekleed in een T-shirt en afgeknipte spijkerbroek stap ik op slippers het felle zonlicht in. Ik rek me uit en verwelkom de zonvitamientjes op mijn huid. Het lukt me om zonder texten of bellen op de juiste plek te staan. Een zwarte terreinwagen komt aanrijden en ik herken de lange blonde haren en rode lippen van Lisbeth. Modieus gekleed stapt ze keurig op tijd uit en uitbundig knuffelen we elkaar.

‘Man muss die Feste feiern, wie sie fallen,’ is haar uitleg voor de tijd die ze voor mij heeft vrijgemaakt. Ik mag bij haar en haar man logeren. Ze rijdt door Victoriaanse en Edwardiaanse wijken en langs de baai waar palmbomen staan naar haar fotostudio: de locatie van het Hawaï thema feest. Onderweg stoppen we voor een welkomstdrankje op het terras van de Espy aan de promenade van St. Kilda. Omdat ik rood haar heb en een pigmentarme huid smeer ik zonnecrème op.

De veertigjarige Claudia weet nog niet dat ik kom. Veertien jaar geleden woonde ik hier ook en ik heb haar destijds leren kennen tijdens het strandvolleybal. Het klikte en al gauw volgden sportieve weekenden weg en gezellige meidenavonden. Ze is ondernemend, heeft veel vriendinnen en schittert in gezelschap. Na de geboorte van haar tweede zoon was ik als eerste bij hen in het ziekenhuis. Ik ben dol op haar kinderen en één keer per jaar ontvangen ze een verrassingspakket uit Nederland. Elke keer dat ik in Oz ben geniet ik van haar gastvrijheid.

De feestlocatie is geweldig: een enorme opgeknapte fabriekshal hal met witte muren, zwarte betonvloeren en verschillende zithoeken. Het is er aangenaam koel. Aan de wand hangen portretten en een prachtige glamour foto van Claudia: ze ziet eruit als een fotomodel. Ik bedenk hoe wij drieën als Europese immigranten uit verschillende landen de Australische cultuur omarmd hebben en een nieuw bestaan hebben opgebouwd, totdat ik er achter kwam hoe belangrijk familie voor mij is en ik als enige ben teruggekeerd. Zaterdag zal ik helpen met opbouwen en versieren. Lisbeth vertelt dat er een honderdtal gasten komt, een dj, een fust bier, cocktail slushie machines en cateraars. Ik stel me voor dat ik vrienden en bekenden zal tegenkomen, nieuwe mensen ontmoet en de tropische nacht met kletsen en dansen doorbreng.

Lisbeth trakteert me op lunch in een Japans restaurant en het smakelijke toetje halen we in de trendy bevroren yoghurt winkel. De temperatuur stijgt gestaag en de middag is net begonnen.

‘Boogie boarding,’ roept Lisbeth die niet van teamsport houdt. Het is precies wat ik in gedachten heb: op een halve surfplank in de branding spelen.

‘Gunnamatta,’ zeg ik, daarmee de locatie bepalend. We kijken elkaar aan, springen in de lucht en geven elkaar een klaphand. Lisbeth laadt bij haar thuis de wetsuits en planken in de auto terwijl ik mijn bagage in de kamer van haar stiefdochter zet. Tachtig kilometer verderop kleden we ons om, we groeten de surfers en beklimmen het duinpan. De Straat Bass ligt er betoverend bij. We lopen het water in, zoeken een mooie golf uit, draaien om, springen op onze plank en laten ons door de zee terug naar het strand rijden. Lisbeth’s stralende ogen weerspiegelen mijn lach. Het is alsof ik nooit weggegaan ben.

In Sorrento flaneren we door de winkelstraat en in een kledingwinkel koop ik de perfecte jurk voor het feest: wit katoen versierd met roze bloemen. Thuis bij Lisbeth eten we samen met haar man arancini met salade en drinken heerlijk koele chardonnay. We besluiten om Claudia vandaag nog naar de studio te lokken.

Als de schemering is gevallen, sta ik uit het zicht als Claudia arriveert. Lisbeth begroet haar en bij de eerste stilte die ik hoor in het gesprek stap ik naar voren. Ze is nog even slank als altijd, sportief gekleed en ze draagt haar zwarte haar opgestoken. De klassieke schoonheid is gebleven. Claudia ziet me en zwaait achteloos omdat ze me herkent. Dan dringt het tot haar door dat ik aan de andere kant van de wereld woon en ik onmogelijk hier kan zijn. Haar ogen worden groot en een moment staat ze perplex, dan rennen we op elkaar toe.

‘Wat doe je hier?’ fluistert ze.

‘Ik kom voor jou en ik wil je feest niet missen.’ Ze kijkt me aan en ik word warm van de gelukzalige glimlach op haar gezicht. We vliegen elkaar om de hals en tranen van geluk rollen over onze wangen.