Wereldreis in een normale dag


25 maart 2014 door Miranda van Gaalen

Dit verhaal kun je ook vinden op Nederland Schrijft. 

Party2

De dag bepaalt steeds opnieuw mijn ritme. Elke dag ontwaak ik en elke dag sluit ik af met slapen. Het liefst breng ik mijn dag door op uiteenlopende geo-gunstige locaties die in werkelijkheid nooit allemaal binnen één dag bereikbaar zijn. Ik neem je mee op reis.

 

Vandaag eet ik yoghurt met muesli. Soms hoef ik niet zelf mijn ontbijt klaar te maken. Zo werd ik eens vlakbij de Donau uitgenodigd om aan te schuiven, door twee landarbeiders met een gerimpelde bruine huid en gitzwarte haren en ogen. Ze vonden het vast zielig dat ik alleen op de parkeerplaats naast de met gaten gevulde asfaltweg naast mijn motor had liggen slapen. Ik at van hun fruit op het houten bankje naast de tafel. Duits werd er niet gesproken en met veel gebaren en in gebrekkig Frans voerden we een universeel gesprek. Hun ochtend zou zich afspelen achter de bomen waar landbouwgronden zich uitstrekten. Een houten kar stond al klaar. Er hupte een konijn in het veld.

 

In de dauw van een lichtbewolkte zomerochtend steek ik de straat over. Ineens denk ik weer aan Boracay, dat als een onevenwichtig halter ten noorden van Panay in zee ligt, en waar de oostelijke passaatwind minstens vijftien knopen blaast. Nog steeds zie ik de kleurige kites voor me die daar als vliegende draken door de strakblauwe lucht vlogen, verbonden met dubbele touwen aan meer en minder behendige kitesurfers. De kick die ik kreeg op het moment dat ik zelf over het water scheerde met een board aan mijn voeten en een gat in de lucht sprong zal ik nooit vergeten.

 

Ik ren de wijk door. Rijtjeshuizen maken plaats voor een weg die naar de Veluwe leidt. Wandelend bereik ik het bos en rust uit. Ik neem een slok water. In mijn herinnering proef ik de bitter zoete smaak van de sterke koffie die ik samen met Turkse truckchauffeurs dronk in Roemenië.

 

Tussen de bomen zie ik een huis waar ik wel zou willen wonen. Zo leek de andere kant van de wereld me ook een prachtige plek om te toeven. Een boswachter verspert mijn pad. Mijn gedachten gaan terug naar het moment dat ik met mijn Akubra op mijn hoofd voor het loket stond van een in het blauw geklede beambte in Melbourne. Als een herder die zijn kudde schapen over een dam wilde krijgen, beoordeelde hij of ik schurftig, zwart of mak was.

‘Ga je naar de boerderij?’ vroeg hij en grijnsde. Ik sloeg mijn ogen neer, me ongemakkelijk bewust van de absurditeit om in de stad als een boer rond te lopen en schudde mijn hoofd. Zijn heldere ogen bestudeerden mijn documenten.

‘Wat staat hier, googe…?’ Hij probeerde mijn beroep te ontcijferen.

‘Goochelaar,’ blaatte ik en ik rechtte mijn schouders.

‘Wat betekent dat?’ In werkelijkheid wilde ik niet in een hokje geplaatst worden, dus het was niet mijn echte beroep.

‘Magician,’ vertaalde ik behulpzaam.

‘Werkelijk?’ Ik glimlachte zo vriendelijk als ik kon.

‘Welcome to Australia,’ zei hij en hij drukte een stempel op mijn bestaansrecht in dit land.

 

‘Mevrouw,’ zegt de in kaki geklede man, ‘Wilt u uw hond aanlijnen?’

‘Tuurlijk’, zeg ik lachend.

 

Al slenterend verwacht ik elk moment een festivalterrein aan te treffen. In België waren destijds duizenden feestgangers. Muziek schalde vanaf het podium over de met populieren omheinde weide. Mijn vriend en ik lagen ontspannen in het gras. De stralende zon veroorzaakte een aangename dronkenschap. Verleid door de ritmische klanken sprong ik op en ik danste tot mijn benen mij niet meer konden dragen.

 

Ik huppel over het bospad. Uitgeput plof ik neer op een boomstronk. De gedachte komt in mij op aan de geheel met goud bedekte Boeddhistische tempel van Wutai Shan. Eenmaal binnen knielde ik op het kussen voor mij, rechts van mij zat een monnik te mediteren. Met gesloten ogen voelde ik een krachtige straal energie die mijn chakra’s opende. Opgewekt en enigszins onthutst door deze indrukwekkende ervaring verliet ik de tempel.

 

Als ik mijn ogen weer open merk ik dat ik trek heb. Van mijn meegebrachte boterhammen neem ik een hap. Het smaakt zoals gebakken camembert eens op mijn tong smolt, daar op een terras in Keulen. Verzadigd van mijn kleine maaltijd geniet ik van de zonnestralen op mijn gezicht. Het brengt me naar een windvrij plekje in het gras van een Vlielandse duinpan.

 

Voldaan beklim ik de Emma-Piramide. Achtennegentig meter boven N.A.P. kijk ik uit over boomtoppen en de stad Arnhem. Naar beneden kijkend worden mijn knieën week. Ik herbeleef de witte leegte die voor me opdoemde in de Franse Alpen. Daar snowboarden mijn vrienden en ik off-piste tot het onderscheid tussen sneeuw en bewolkte hemel was verdwenen. Met mijn oerinstinct sprong ik op de rem en maande iedereen tot halt. Als verlamd zakte ik onderuit. Vanuit een kabelbaan zag ik later waar onze sporen eindigden: bij de rand van een vier meter steile rotswand.

 

Snel daal ik de trappen van de uitkijktoren af. Eenmaal thuis bereid ik een maaltijdsalade. In Pingyao genoot ik veelvuldig van verrukkelijk Chinees voedsel. Op een ronde tafel met roterende plaat stonden schalen met diverse groente, ei en vleesgerechten: van eendennekjes tot ossenpenis en veel meer. Mijn reisgezelschap en ik genoten, er werd thee gedronken. De gesprekken gingen over tempels, Feng Shui, accupunctuur en aanverwante zaken. In gedachten ben ik niet alleen. Het is gezellig.

 

’s Avonds ga ik nog even naar de stad. In mijn fantasie ben ik in een nachtclub waar ik met iedereen die mijn leven heeft beïnvloed: familie, Roemenen, Filipijnen, Turken, landgenoten, Australiërs, Belgen, lovers, monniken, Chinezen, Duitsers, eilanders, vrienden, Fransen, vreemdelingen en wereldburgers een dansje waag. Buiten kijk ik naar de alomvattende sterrenhemel en nieuwe verhalen komen in me op. Dan ga ik naar bed. In gedachten ben ik weer op een boot in het Kanaal. Benedendeks in de ruime hal vleide ik me naast een wand: tas werd kussen en jas werd deken. Deinend val ik in slaap.

 

 

 

Plaats een reactie


vijf − = 3